Beheersing van hittestress voor een klimaatbestendige stad

.

Dit artikel is geschreven in opdracht van het interdepartementale programma Green Deals.

Door de klimaatverandering kan de temperatuur in steden in Nederland zo warm worden dat het nadelige effecten heeft op onze gezondheid. Dat noemen we hittestress. Op het HittePlein op The Green Village werken diverse partijen samen om te onderzoeken hoe we hierop in kunnen spelen, zodat binnensteden in de toekomst klimaatbestendig blijven. Zo ontwikkelde TileSystems straatklinkers die zowel water kunnen bufferen als verdampen. Een gezamenlijk gesprek met deze startup, TU Delft, NEN, Hoogheemraadschap van Delfland en The Green Village.

“Hittestress betekent dat het menselijk lichaam er moeite mee heeft om de kerntemperatuur in stand te houden, aldus Marjolein Pijpers-van Esch, universitair docent en onderzoeker bij de TU Delft. “Symptomen zijn een oncomfortabel gevoel, huiduitslag, een flauwte of zelfs een zonnesteek. Of, in het ergste geval, kan iemand overlijden als gevolg van hittestress.” Tijdens de hittegolf in augustus zijn er circa 400 mensen vervroegd overleden als gevolg van de extreme hitte[1], zo stelt Ab de Buck, consultant bij NEN.

En dat zijn de meetbare aantallen, vult Pijpers-van Esch aan. “Daarbij komen de mensen die ziek werden of in het ziekenhuis terecht kwamen. Bij hittestress gaat het niet alleen om de luchttemperatuur maar ook om de stralingswarmte van de zon en objecten in de omgeving, zoals gebouwen, de wind en de relatieve luchtvochtigheid. Die tezamen bepalen de gevoelstemperatuur. Onze huidige classificatie, gebaseerd op een gemiddeld mens, is dat er bij een gevoelstemperatuur vanaf 23 graden al lichte hittestress optreedt.” De Klimaateffectatlas – met klimaatmodellen van het KNMI als bron – laat zien dat we steeds meer te maken zullen hebben met hitte in de zomers. Een graadmeter daarvoor is het aantal warme nachten. Dit neemt in Nederland fors toe; zo zullen er in 2050 bijvoorbeeld in Limburg 18 nachten zijn met een temperatuur boven de 20 graden. De Buck: “De effecten zijn sterker op plekken waar veel steen is en weinig water en groen. Daar is sprake van het zogenoemde urban heat island-effect, namelijk dat de temperatuur in het stedelijke gebied hoger is dan in het omringende landelijke gebied.”

Klimaatbestendig bouwen

Wat kunnen we doen om dit effect te verminderen? In het Convenant Klimaatadaptief Bouwen Zuid-Holland is als een van de doelen opgenomen dat tenminste 40 procent van alle oppervlakken warmtewerend of verkoelend gebouwd wordt om opwarming van het stedelijk gebied te verminderen. En bij bouwbedrijven en projectontwikkelaars ontstaat steeds meer het besef dat het koelen van de woning net zo belangrijk is als het verwarmen ervan. De Buck: “Vanuit het platform OSKA (Overleg Standaarden Klimaatadaptatie) werken we aan de intentieverklaring ‘klimaatverandering en koeling gebouwen’ om ervoor te zorgen dat standaarden voor nieuwbouw en renovatie rekening houden met klimaatverandering. Bijvoorbeeld minder glas, meer ventilatie.”

Daarnaast zal er bij de inrichting van de openbare ruimte meer aandacht moeten zijn voor schaduw en groen. En voor een goede zoetwatervoorziening in het stedelijk gebied, zo brengt Marilinde van der Meide, senioradviseur klimaatadaptatie bij Hoogheemraadschap van Delfland in. “Door langdurige hitte zal er meer verdamping zijn. Dat leidt tot meer watervraag, net als door de toename van groenvoorzieningen tegen hittestress. Daarin ligt een belangrijke rol voor verschillende overheidsinstanties en projectontwikkelaars maar ook voor het Hoogheemraadschap. Bijvoorbeeld door innovaties te stimuleren.” Met klimaatbestendige technische en economische maatregelen kan het urban heat island-effect worden teruggedrongen.

[1] https://www.nu.nl/klimaat/6072230/honderden-hittedoden-door-heetste-week...

Oplossing voor wateroverlast en hittestress

Maar voor de beheersing van hittestress is meer nodig. Daarom zijn innovatieve ondernemers en onderzoekers op het HittePlein bezig met het ontwikkelen en testen en van productoplossingen, vertelt Willy Spanjer, projectmanager Circulaire economie en Klimaatadaptatie bij The Green Village. Een van die innovators is TileSystems, dat uit keramisch afval klinkers vervaardigt: zogenoemde Zeer Open Afval Keramiek (ZOAK)-bestrating. Medeoprichter en -eigenaar Rob Alards: “Deze klinkers, die zeer snel regenwater absorberen en doorlaten, verwerken we op een onderbouwsysteem dat het water vervolgens buffert. Op warme dagen verdampen de klinkers het gebufferde water, wat zorgt voor verkoeling van de omgeving.”

De vorstbestendige ZOAK-klinker houdt 5 tot 6 liter water per vierkante meter vast. Mooi, maar te weinig bij piekbuien. Daarom testte TileSystems onlangs in een samenwerking met Rockwool en Permavoid een systeem met een onderbouw van vezelsteenwol. “Die kan maar liefst 148 liter water per vierkante meter vasthouden”, aldus Alards. “En met behulp van speciale Permavoid-kratten wordt het water door capillaire werking omhoog getransporteerd. Een oplossing voor zowel wateroverlast als hittestress. De impact en de mate van koeling daarvan zijn we nog aan het onderzoeken en testen. Dankzij The Green Village hebben we snelle toegang tot de benodigde expertise en kennis.”

Normering klimaatadaptatie

Nog een voordeel van The Green Village is dat de onderzoeken onafhankelijk zijn. Alards: “We willen betrouwbare resultaten verkrijgen want momenteel zijn er nog geen normen voor testmethodieken om te bepalen in welke mate de klinkers in staat zijn water op te vangen en bij te dragen aan de koeling.” En dat is wel iets waar gemeenten behoefte aan hebben. Overheden willen zekerheid dat een product een bepaalde prestatie levert, nu en in de toekomst. Tegelijk hebben ook bedrijven behoefte aan duidelijkheid. Dat kwam naar voren uit de verkenning die vanuit OSKA was gedaan, aldus De Buck.

Om een positie in te nemen in een concurrerende markt is normering essentieel. Daar zijn alle gespreksdeelnemers het over eens. Dit soort regelgeving vergroot de kans op grootschalige toepassing en draagt daarmee bij aan het klimaatbestendig maken van onze steden. “De ZOAK-klinkers zijn weliswaar duurder dan gewone straatklinkers,” licht Alards toe, “maar gemeenten moeten het zien als een meerjarige investering. Met een normering voor klimaatadaptatie zouden gemeenten die uitgave kunnen verantwoorden. Bovendien kan die dan als criterium gelden voor ontwerpers en gemeenten. Pijpers-van Esch ziet dat ook zo. “De oplossing zit in een integrale benadering waarbij we vanuit verschillende perspectieven gezamenlijk kijken naar hitte én droogte én water.” Gezamenlijkheid geldt ook voor de hamvraag wie ervoor gaat betalen. Deels zullen dat gemeenten zijn. En deels de hoogheemraadschappen. Van der Meide: “Wij leveren ons aandeel maar er ligt een taak voor ons allemaal. Van gemeenten en gebouweigenaren tot verzekeraars en burgers, iedereen is ervan. Voor een leefbare stad in de toekomst moeten we samen een invulling geven aan de opgave van klimaatadaptatie.”

Geïnspireerd geraakt of wil jij meer weten? Het HittePlein ligt op The Green Village, op TU Delft Campus, en is normaal gesproken toegankelijk voor bezoek. In verband met corona is een rondleiding in ieder geval tot 19 januari 2021 niet mogelijk. Heb je vanuit jouw functie interesse in oplossingen op het gebied van klimaatadaptatie en zou je graag een rondleiding willen? Neem dan na deze datum contact op voor de mogelijkheden, dit kan via: events@thegreenvillage.org.

 

© Foto Alwin Wink