De energietransitie verandert onze gebouwen, maar ook hun onzichtbare bewoners. Goedbedoelde isolatie sluit vleermuizen buiten en verstoort een kwetsbaar ecosysteem. De Omnis biedt een circulaire oplossing waarin architectuur en natuur weer samenwerken.

De laatvlieger in gevaar
Door de energietransitie worden gebouwen steeds beter geïsoleerd en luchtdichter. Een belangrijk, vaak onbedoeld, gevolg hiervan is dat vleermuizen hun natuurlijke verblijfplaatsen verliezen. De laatvlieger (Eptesicus serotinus), een in Nederland beschermde soort, is sterk afhankelijk van warme, beschutte ruimtes achter dakpannen en in gevels om haar jongen groot te brengen. Deze plekken verdwijnen echter in rap tempo. Dat is zorgelijk, want vleermuizen spelen een cruciale rol in ecosystemen: ze helpen insectenpopulaties in balans te houden en zijn daarmee belangrijk voor zowel biodiversiteit als landbouw.
De ondernemers van Omlab en Faunest ontwikkelden daarom samen een innovatieve oplossing: de Omnis – een circulair en ademend vleermuizenverblijf.
Circulair vleermuizenverblijf
Veel bestaande vleermuizenvoorzieningen zijn gemaakt van beton of samengesteld met formaldehydehoudende harsen. Beton is te koud en formaldehyde is een chemische stof die kan vrijkomen uit lijmen en kunststoffen en schadelijk kan zijn voor mens, dier en milieu.
Daarnaast zijn deze kasten vaak zwaar, slecht ademend en bieden ze beperkt thermisch comfort. Hierdoor sluiten ze onvoldoende aan bij de natuurlijke behoeften van vleermuizen, die juist afhankelijk zijn van een stabiel en geschikt microklimaat om te rusten en zich voort te planten.
De Omnis is een biocirculair, ademend en lichtgewicht vleermuizenverblijf dat op en in gevels geïntegreerd kan worden. Het is gemaakt van natuurlijke reststromen zoals cellulose en calciet (kalk) in combinatie met biobased bindmiddelen. De poreuze structuur bootst het microklimaat na van natuurlijke spleten in bomen en rotsen, en helpt temperatuur en luchtvochtigheid op een natuurlijke manier te reguleren.
Zo biedt de Omnis niet alleen een veilig onderkomen voor vleermuizen, maar laat het ook zien hoe levende, circulaire materialen synthetische en fossiele bouwcomponenten kunnen vervangen. Een mooi voorbeeld van toekomstbestendig bouwen waarin biodiversiteit wordt geïntegreerd in het ontwerp.

Testen op The Green Village
Prêt-à-loger is verrijkt met een eerste versie van de Omnis. Hier onderzoeken Omlab en Faunest zowel de bouwfysische eigenschappen als de ecologische effectiviteit van het systeem.
Met behulp van sensoren worden temperatuur en luchtvochtigheid continu gemeten om het isolerend en ademend vermogen te vergelijken met traditionele vleermuizenkasten. Tegelijkertijd wordt de bezettingsgraad van vleermuizen gemonitord om inzicht te krijgen in het daadwerkelijke gebruik.
Uiteindelijk is het doel om een wetenschappelijk onderbouwd, circulair en schaalbaar alternatief te ontwikkelen voor diervriendelijke gevelintegratie in de gebouwde omgeving.







