In het KlimaatKwartier worden gebouwen van nok tot teen klimaatbestendig
Nederland telt ruim acht miljoen woningen en meer dan een miljoen andere bouwwerken met een verblijfsfunctie. De meeste mensen, stedelingen in het bijzonder, bevinden zich veel vaker ín een gebouw dan erbuiten. Maar overlast door neerslag, hitte en droogte stopt niet bij de voordeur. Hoe bouw je huizen en pas je gebouwen aan zodat ze regenwater bufferen en tijdens hittegolven niet oververhit raken? Dat wordt uitgedokterd in het KlimaatKwartier, één van de proeftuinen van fieldlab The Green Village in Delft.
“Steden zijn star”, merkt Hannah Sorgedrager op. Ze is projectmanager Klimaatadaptatie bij The Green Village. “Als gebouwen eenmaal staan, staan ze er doorgaans een tijd. Maar het klimaat verandert en dus moeten ze worden aangepast om de stad fijn en leefbaar te houden. Welke aanpassingen werken het best?”

Opening KlimaatKwartier in 2022 met o.a. Hugo de Jonge
Matchmaking
Op zoek naar antwoorden startten het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO), de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en VPdelta (innovatieprogramma TU Delft) in 2022 het KlimaatKwartier. De proeftuin maakt onderdeel uit van het TU Delft-fieldlab voor duurzame innovatie The Green Village.
Het KlimaatKwartier voorziet in zowel fysieke als institutionele experimenteerruimte, net als de andere proeftuinen op The Green Village die zich richten op versnelling van innovatie. Op de proeftuin komen wetenschap, kennisontwikkeling en -deling én actieve matchmaking tussen innovatieve ondernemers en potentiële eindgebruikers samen. Dit maakt opschaling van innovaties mogelijk. Juist daarom is de betrokkenheid van het ministerie en RVO volgens Hannah essentieel: “Zij kunnen de beleidsmatige en financiële randvoorwaarden versterken die nodig zijn om succesvolle innovaties daadwerkelijk breed toe te passen.”

Panelgesprek over de potentie van de gevel
“Voor klimaatadaptatie in de openbare ruimte kom je al snel uit bij gemeenten, waterschappen en provincies”, zegt Hannah. “Voor klimaatadaptatie op het niveau van gebouwen is het krachtenveld iets ingewikkelder.” Eigenaren van zowel grond als gebouwen zijn er immers in alle soorten en maten, van particulieren tot de rijksoverheid en van woningcorporaties tot buitenlandse beleggingsfondsen. Het Rijk stelt de nationale beleidskaders voor bouwen en wonen. Gemeenten, provincies en waterschappen maken lokaal dan wel regionaal beleid binnen deze kaders en overzien de uitvoering ervan. Hannah: “In de afgelopen vier jaar heeft zich een gemeenschap gevormd van partijen die zowel kennis van zaken als relevante vragen hebben: innovatieve startups en bedrijven, vakinhoudelijk betrokken ambtenaren, woningcorporaties, ruimtelijk ontwerpers, projectontwikkelaars, bouwers en bouwkundig adviseurs maar bijvoorbeeld ook drinkwaterbedrijven, groenspecialisten en verzekeraars. In feite iedereen die kan bijdragen aan een klimaatbestendiger ontwerp-, bouw- en renovatiepraktijk.” Vanuit de TU Delft en regionale kennisinstellingen voeden onderzoekers beleidvorming en praktijk met actuele kennis van duurzaam bouwen en klimaatadaptatie. “Een van de eerste kennissessies ging bijvoorbeeld over mogelijkheden en regels voor hergebruik van grijs water op gebouwniveau. Er bleek veel meer mogelijk dan gedacht.”

Kennissessie Klimaatadaptatie in de gemeente: van ambitie naar uitvoering
Steunpilaar
RVO is partner in het Klimaatkwartier en werkt in opdracht van ministeries aan adviezen en instrumenten voor onder meer gemeenten en woningcorporaties voor klimaatadaptatie in de gebouwde omgeving. Denk bijvoorbeeld aan een handreiking voor de omgang met hitte en een stappenplan voor de financiering van klimaatadaptieve maatregelen. Daarnaast is RVO een steunpilaar voor het innovatief mkb, onder meer met advisering voor innovatieve ondernemers, financiële regelingen en subsidies voor ontwikkeling in binnen- in buitenland.
De subsidiewijzer van RVO beschikt sinds kort over een filter voor klimaatadaptatie. Dat is te danken aan Sofia van Holsteijn. Zij is er nu twee jaar Adviseur Klimaatadaptatie in de gebouwde omgeving.
“Ik zie steeds meer raakvlakken ontstaan tussen klimaatadaptatie en andere duurzaamheidsvraagstukken zoals de energietransitie, circulair bouwen en de behoefte aan meer biodiversiteit. Klimaatverandering wordt ook vaker beleefd als een welzijns- en gezondheidsvraagstuk. Dat schept kansen.”
Collega’s die zich inspannen voor de energietransitie kijken bijvoorbeeld vaker naar de koeltevraag in gebouwen. “Dan hebben we het ook over de vraag of je naast het subsidiëren van isolatie, ook innovatieve maatregelen tegen hitte kunt stimuleren. Dit soort innovaties wordt getest en doorontwikkeld in het KlimaatKwartier.”

Innovatieve groene gevels van Leafy aan het Dreamhûs
Struikelblokken en opschaling
In het KlimaatKwartier wil RVO opschaling in de hand werken door struikelblokken voor zowel ondernemers als mogelijke afnemers in kaart te brengen. Sofia vertelt over Roofclix, een systeem waarmee bestaande panden die geen sterk dak hebben hitte kunnen weren. Een mogelijk interessante toepassing voor, bijvoorbeeld, wat ouder vastgoed van woningcorporaties dat niet bestand is tegen almaar hetere zomers. “Het effect is meetbaar. De werking kan aan de hand van een zogenaamde solar radiation index worden geclassificeerd.” Maar als in subsidieregelingen en in uitvragen aan marktpartijen hittewerende capaciteit op basis van zo’n index geen rol speelt, kan de producent geen aanspraak maken op hulpfinanciering én blijft de toepassing onzichtbaar voor potentiële afnemers, zoals woningcorporaties. “Dat zijn flinke hobbels op de weg. Kunnen regelingen en regels wellicht worden aangepast? Met VPdelta, het ministerie van VRO en relevante stakeholders zoeken we naar het antwoord.”
Verbanden leggen
Ook voor Nirul Ramkisor, beleidsmedewerker Klimaatadaptatie gebouwde omgeving bij het ministerie van VRO, vormt input uit het KlimaatKwartier regelmatig onderwerp van beraad met collega’s. “In verband met wateroverlast op gebouwniveau wordt bijvoorbeeld gesuggereerd dat woningen in voor overstroming gevoelige buurten standaard een opstaande rand of drempel bij de deuropening zouden kunnen krijgen.” Dat lijkt een betrekkelijk eenvoudige ingreep. “Maar dan blijkt in gesprek met de collega’s van de bouwregelgeving dat dit botst met de regels voor toegankelijkheid van woningen. Daar zijn dus slimme en innovatieve oplossingen voor nodig.” Een van de innovatietrajecten die hitte aangaan, betreft zonwerend glas. “Je kunt niet op alle gevels luifels of schermen gaan monteren. Soms zijn er technische, soms esthetische bezwaren. Soms mag het gewoon niet, omwille van monumentale waarde of welstandeisen. Dan is zonwering in glas misschien een goed alternatief.”
Nirul is ook enthousiast over de verschillende groene daken in het KlimaatKwartier. Er wordt onder meer gekeken welke planten de beste resultaten opleveren qua verkoeling, zowel buiten als binnen, én bijdragen aan biodiversiteit. “Maar dan wel in verhouding tot het gevergde onderhoud en de droogtebestendigheid, belangrijke criteria voor opschaling.” Het mooie van The Green Village vindt hij dat er ook wordt geëxperimenteerd met circulair en biobased bouwen en een duurzame energievoorziening. Er zijn systemen die groen met andere dakfuncties combineren zoals waterberging en energieproductie door zonnepanelen. “Zo kunnen waardevolle verbanden worden gelegd en kom je er wellicht achter dat bepaalde bouwmethoden en -materialen de hittebestendigheid en het energieverbruik in een gebouw verbeteren.”

Inheems groendak met zonnepanelen van Dakbloemenweide op het Office Lab
Funderingen
In vier jaar tijd nam het aantal testopstellingen toe van drie naar meer dan tweeëntwintig, vertelt Hannah. Veel meer dan de aan het begin beoogde dertien opstellingen. “Alle gebouwen hier op The Green Village zijn beschikbaar voor het KlimaatKwartier.” Dat de initiatiefnemers het programma inmiddels met vier jaar hebben verlengd, betekent dat er wordt gescout naar nieuwe kandidaten. “Bovendien verbreden we de scope. Steeds meer gebouwen kampen met funderingsschade. Een gevolg van bodemdaling en klimaatverandering.” In perioden met langere droogte dalen ook de grondwaterstanden. Houten funderingen komen dan droog te liggen waardoor paalrot ontstaat. Bij gebouwen met een ondiepe fundering in combinatie met bodemdaling kunnen problemen met optrekkend vocht en wateroverlast ontstaan. “Hoe houd je bestaande funderingen in een goede conditie? Welke technieken zijn, in relatie tot de samenstelling van de bodem, geschikt voor renovatie en nieuwbouw?” In samenwerking met onder meer het Kenniscentrum voor Bodemdaling en Funderingen wil het KlimaatKwartier de ontwikkeling van nieuwe innovaties aanwakkeren op basis van de behoeftes uit de praktijk: van biologische gel die houtrot tegengaat tot en met andersoortige schroefpalen. “Maar we zien ook een link met drijvend wonen, waarmee we op The Green Village al in bescheiden mate experimenteren.”
Op naar nog eens vier jaar!
Ook de komende vier jaar gaat het KlimaatKwartier, in samenwerking met het ministerie van VRO en RVO, weer met volle energie verder met het testen én opschalen van innovaties die gebouwen klimaatbestendig maken. Samen werken we aan oplossingen voor hitte, wateroverlast, drinkwaterbesparing, bodemdaling en funderingen en natuurinclusiviteit.
De focus ligt de komende tijd op het opschalen van innovaties die op het KlimaatKwartier zijn getest en doorontwikkeld. Voor een aantal van deze innovaties zoeken we pilotlocaties bij woningbouwprojecten en gemeenten, zodat ze in de praktijk kunnen worden toegepast. Andere innovaties vragen nog om een koppeling met de juiste partijen in de bouw of om verdere experimenten voordat ze klaar zijn voor brede implementatie.
Wil je meedenken, zoek je ergens een oplossing voor, loop je tegen bepaalde regelgeving aan, of heb je een goed idee en zoek je een testlocatie? Neem dan contact op met Hannah Sorgedrager (h.sorgedrager@tudelft.nl).
Dit artikel is geschreven door Erik Burgers.






