De adsorptiewarmtepomp van Cooll
Bestaande woningen van het fossiele gas af: om dat te bereiken is er nog een hoop werk te doen. Cooll ontwikkelt technologie voor een gasgestookte warmtepomp. Het afgelopen jaar werd deze Cooll adsorptiewarmtepomp getest op The Green Village.
In Nederland stappen veel mensen over naar de elektrische warmtepomp. Hierdoor lopen we tegen nieuwe problemen aan: ons elektriciteitsnet zit vol en kan de pieken niet aan. Zeker op koude dagen, als de vraag naar warmte hoog is, kan dit tot problemen leiden. Om dit op te vangen, zijn er verschillende oplossingen nodig. De gasgestookte warmtepomp van Cooll is er een van. Wietse Offringa, Technical Project Lead bij Cooll, vertelt over de test die zij het afgelopen jaar deden bij The Green Village.

Cooll adsorptiewarmtepomp
De piek verminderen
“Met de Cooll adsorptiewarmtepomp maken we efficiënt gebruik van het gasnet en kunnen we zo de piekvraag, die op het stroomnet verminderen door gebruik te maken van het gasnet”, legt Wietse uit. “We moeten van fossiele gassen af, maar het is goed denkbaar dat we, naast full electric, ook gebruik gaan maken van duurzaam gas of waterstof. Als we die gassen inzetten, is het belangrijk dat we daar efficiënt mee omgaan en besparen in gasverbruik ten opzichte van huidige systemen. Daar is onze technologie voor gemaakt.”
Welke warmtepomp kies je?
Met het project op The Green Village testte Cooll het systeem op gasbesparing, installatiegemak en gebruikerscomfort. De warmtepomp werd geïnstalleerd in DreamHûs. Een logische keuze, volgens Wietse: “Welk type warmtepomp het beste past, verschilt per woning. Bij een oudere woning, waar de afgiftetemperatuur hoger is vanwege radiatoren en er weinig isolatie is, dan is de Cooll een goede optie.”
Installeren in de woning
De installatie en verwijdering van de warmtepomp waren onderdeel van de test. Dat verliep soepel, deelt Wietse: “We hebben een traploper gebruikt om het systeem op zolder te krijgen. Dat ging goed. Het weghalen ging met een kraan. Snel en kosteneffectief. Al zijn we ons er bewust van dat een kraan niet bij elke woning makkelijk te plaatsen is.”
“Om de Cooll adsorptiewarmtepomp te plaatsen, zijn er geen aanpassingen aan de woning nodig. Er is geen buitenunit en radiatoren hoeven niet vervangen te worden voor vloerverwarming. Omdat de warmtepomp goed werkt bij hoge afgiftetemperaturen, is het een goede oplossing in oudere woningen met radiatoren. Er wordt alleen een dakdoorvoer geplaatst, vervolgens kan de warmtepomp de cv-ketel 1-op-1 vervangen.”

De installatie ging met een traploper. Voor de verwijdering van de warmtepomp werd een kraan gebruikt.
Resultaten
Wietse vertelt dat ze door de test veel hebben kunnen leren. “De technologie werkt goed en er waren weinig storingen. De test op The Green Village heeft aangetoond dat de Cooll warmtepomp 33% efficiënter werkt dan een conventionele cv-ketel. Een enorme winst.”
“Op The Green Village hadden we de mogelijkheid om de hele cyclus door te lopen, zo konden we kleine foutjes eruit halen en oplossen. Bijvoorbeeld de heat transfer pump, die liet snel slijtage zien. Ook vond oxidatie in het koudemiddelcircuit plaats vanwege verontreinigingen. Door de kwaliteit van deze onderdelen te verbeteren en door woning specifieke regelingen toe te passen, verwachten we nog eens 5% extra besparing te kunnen realiseren.”

Het buitendeel van de Cooll adsorptie warmtepomp
The Green Village
De regelluwe status van The Green Village was reden om op deze plek een test te doen. Wietse: “We hebben drie demo’s gedaan, waarvan de eerste bij The Green Village. Op een externe locatie testen is essentieel met een prototype zoals die van ons. De woning van DreamHûs was precies wat we nodig hadden. We hebben goed contact met de bewoners en met The Green Village gehad. We zijn blij met hoe de test is verlopen.”
Een van de volgende stappen, is het product op grotere schaal produceren en testen: “Voordat we naar de markt kunnen, is eerst nog een grotere veldtest nodig. Die is nu in voorbereiding, voor 100 woningen. Met de test kunnen we aantonen dat er ruimte is op de markt voor ons product. Het brengt ons dus weer een stap dichterbij grootschalige implementatie, hopelijk al in 2026.”







